Categorieën
Teelttips, Vollegrondsgroente

In deze periode vragen plagen en stressverschijnselen in uien om een zorgvuldige aanpak. Regelmatige monitoring en een goede diagnose zijn daarbij essentieel. Zet waar mogelijk in op niet-chemische maatregelen zoals beregening en voorkom onnodige bespuitingen. Door alleen plaatselijk of gericht in te grijpen wanneer dat echt nodig is, blijft de teelt weerbaar en wordt de belasting van milieu en waterkwaliteit beperkt.

Trips

Monitoring trips in ui

De tripsdruk in uien blijft momenteel hoog. Op veel percelen worden zowel volwassen tripsen als larven aangetroffen. Controleer percelen daarom regelmatig en volg de ontwikkeling van de populatie nauwkeurig. Waar beregening mogelijk is, kan deze maatregel de tripsdruk effectief verlagen. Onder de huidige omstandigheden geven gewasbeschermingsmiddelen vaak onvoldoende resultaat om de populatie goed onder controle te krijgen. Door te kiezen voor beregening wordt onnodig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voorkomen en blijft de belasting van de waterkwaliteit beperkt. 

Uienvlieg

Ook de druk van de uienvlieg is momenteel hoog. Blijf percelen monitoren en beoordeel zorgvuldig of ingrijpen daadwerkelijk nodig is. De mogelijkheden voor een effectieve chemische bestrijding zijn beperkt door het ontbreken van goed werkende middelen. In percelen waar steriele mannetjes zijn uitgezet, kan een bespuiting bovendien een negatief effect hebben op deze duurzame beheersingsstrategie. Daarom is het advies om geen bestrijding uit te voeren.

De nadruk ligt op preventie. Een kerende grondbewerking na de oogst helpt om de populatie voor het volgende seizoen te verlagen. Door gewasresten goed onder te werken wordt de ontwikkeling van een volgende generatie uienvliegen beperkt. Deze aanpak versterkt de beheersing op lange termijn zonder inzet van gewasbeschermingsmiddelen.

Warmtestress

Op veel percelen worden momenteel gele bladpunten en beschadigingen aan de pijpen waargenomen. Deze verschijnselen uiten zich als geel- tot bruinverkleuringen van het blad en hangen vooral samen met warmte- en stressomstandigheden. De gevoeligheid hiervoor verschilt sterk tussen rassen. Ook bodemkwaliteit en bodemstructuur spelen een belangrijke rol.

Een juiste diagnose is cruciaal. Warmtestress wordt regelmatig verward met ziekteverschijnselen of nutriëntengebreken. Extra giften van kali of stikstof bieden in deze situatie geen oplossing. Controleer daarom eerst de oorzaak van de symptomen voordat maatregelen worden genomen. Door alleen in te grijpen wanneer dat daadwerkelijk nodig is, worden onnodige kosten én onnodige belasting van milieu en waterkwaliteit voorkomen.