Categorieën
Teelttips

In augustus berichtten we over de aanleg en eerste ontwikkeling van bloemstroken op diverse boomkwekerijbedrijven. Door het droge voorjaar verliep de opkomst niet overal optimaal. Gedurende het seizoen zijn veel bloemstroken toch goed opgekomen en inmiddels zijn de monitoringsresultaten van het groeiseizoen bekend. Hieronder delen we de belangrijkste praktijklessen.

Praktijklessen uit 2026

1. Vocht bepaalt de opkomst

Wat zagen we? Op locaties met alleen druppelirrigatie bleven de bloemstroken aanvankelijk te droog en was de opkomst matig. Waar later volvelds werd beregend, groeiden de stroken alsnog goed door. In Bakel, waar met haspels volvelds werd beregend, kwam het mengsel sterk op en bleef het gedurende het groeiseizoen rijk bloeien.

Wat betekent dit voor de praktijk? Zaai alleen wanneer voldoende bodemvocht beschikbaar is en zorg zo nodig voor beregening over de volle breedte van de strook. Regent het niet? Geef dan op tijd water. Ook een strook die slecht begint, kan later nog goed groeien.

2. Bloemstroken trekken het hele seizoen natuurlijke vijanden aan

Wat zagen we? In alle gemonitorde bloemstroken waren natuurlijke vijanden aanwezig. Vooral zweefvliegen en lieveheersbeestjes vielen op; ook werden veel bijen en hommels geteld. De soortensamenstelling veranderde gedurende het seizoen. Wanneer groene wikke luis bevatte, waren daar direct veel zweefvliegen en lieveheersbeestjes te vinden.

Wat betekent dit voor de praktijk? Kies een mengsel met opeenvolgende bloeiperioden en laat gedurende het hele seizoen voldoende bloeiende vegetatie staan. Zo blijft voedsel beschikbaar en kunnen natuurlijke vijanden snel reageren zodra luizen in het gewas verschijnen. Kijk bijvoorbeeld naar de zaadmengsels voor natuurlijke vijanden, speciaal samengesteld in het project Telen met de Natuur in Boskoop. Het najaar is een geschikt moment om een nieuwe meerjarige bloemstrook in te zaaien. Bij een zachte winter kan deze vroeg in het voorjaar opkomen en natuurlijke vijanden tijdig van voedsel voorzien.

3. Klepelen kan de strook juist vernieuwen

11 juni
30 juli
1 oktober

Wat zagen we? Op meerdere locaties werd in augustus of september geklepeld omdat
melde en ander hoog onkruid de strook gingen domineren. Daarna liep de vegetatie
opnieuw uit. In Gemert (foto’s hierboven) kwam vooral korenbloem terug; in Helmond
was na het klepelen van het Utilis mengsel juist veel Phacelia zichtbaar.

Wat betekent dit voor de praktijk? Zie maaien of klepelen niet als het einde van de
bloemstrook. Eén tot twee maaibeurten per jaar kunnen dominante soorten terugzetten
en langzaam groeiende kruiden opnieuw ruimte geven. Stem het moment af op
onkruiddruk, bloei en zaadvorming.

4. Luisdruk in de gewassen was laag

Wat zagen we? De gemonitorde gewassen (in de buurt van bloemstroken en verder
weg) bleven grotendeels vrij van schildluizen. In Taxus werden op meerdere locaties
geen schildluizen gevonden en waren geen bespuitingen nodig. In Ilex werd eind
september een kleine aantasting gezien, maar er waren ook lieveheersbeestjes
aanwezig dus ingrijpen was niet nodig!

Wat betekent dit voor de praktijk? Controleer zowel de bloemstrook als het gewas
regelmatig. Kijk niet alleen naar de aanwezigheid van luizen, maar ook naar natuurlijke
vijanden en de ontwikkeling van de aantasting. Stel een bespuiting uit wanneer de
plaagdruk laag is en natuurlijke bestrijders al actief zijn.

Meer weten over de insecten monitoring resultaten per bedrijf? Lees het op de
demovelden-pagina.

Meer weten over bloemstroken voor het aantrekken van natuurlijke vijanden? Neem
contact op met Schoon Water-adviseur François van Abeelen, Delphy team Boomteelt

CLM en Delphy zijn niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door het uitvoeren van een advies.