Categorieën
Boomteelt, Teelttips

Op 16 juli 2026 vond de jaarlijkse Techniekdag Boomteelt plaats, die werd georganiseerd onder leiding van Schoon Water voor Brabant en werd uitgevoerd door een samenwerkings-verband van Treeport, CLTV Zundert, Compas Agro Zundert en vakbeurs GrootGroenPlus.
Het evenement vond plaats bij Kwekerij Kennis B.V. en Esri potcultuur. De ruim 100 bezoekers werden rondgeleid langs vijf locaties met in totaal 19 demonstratieobjecten.

Schoffelen op de rij met perslucht
Delcroix Techniek demonstreerde een schoffelmachine, voorzien van camerabesturing en perslucht. Deze machine kan zowel tussen de rijen als in de rij onkruid verwijderen. De perslucht ontwortelt en verwijdert klein onkruid tussen de planten, waarna het uitdroogt op de grond. De schoffel op de rij kan worden ingesteld met een gevarieerde druk voor een optimaal resultaat.

Foto: persluchtschoffelmachine van Delcroix Techniek

Meeldauw tegengaan met UV-C
Nouws Mechanisatie demonstreerde tijdens de Techniekdag de UV-Rocket, een machine die UV-C-technologie inzet tegen meeldauw. De techniek wordt al toegepast in de aardbeienteelt en wordt momenteel getest voor gebruik in de boomkwekerij.
De machine gebruikt UV-C-licht om het DNA van meeldauw aan te tasten, waardoor de schimmel afsterft. Voor een optimale werking rijdt het apparaat om de dag over het veld. Omdat meeldauw vooral in het donker gevoelig is voor UV-C, gebeurt dit ’s nachts. De zelfrijdende machine navigeert met behulp van een GPS-systeem dat door Nouws Mechanisatie zelf is ontwikkeld.

Foto: UV-Rocket van Nouws Mechanisatie.
De zelfrijdende machine bestrijdt meeldauw

Naast de werking tegen meeldauw kan UV-C ook effect hebben op andere schimmels en bijdragen aan een hogere plantweerstand. De UV-C-unit is opgebouwd op een werktuigdrager. Daardoor kan de machine in theorie worden gecombineerd met andere toepassingen, zoals schoffelen. Omdat het apparaat nog in ontwikkeling is, moet deze multifunctionele inzet verder worden onderzocht en getest.

Correct gebruik van driftreducerende technieken

Johan van den Broek van Delphy lichtte de aanwezigen in over drift reducerende technieken, oftewel DRT. Sinds 2018 is het verplicht om minimaal een driftreductie van 75% te gebruiken. Maar voor meerdere middelen en teelten moet volgens de gebruiksvoorschriften een hogere driftreductie worden ingezet, zoals voor het middel Tracer. Bij elk middelgebruik en elke spuitronde is het dus belangrijk dat er zorgvuldig wordt gekeken naar welke driftreductie moet worden gebruikt. Voor telers betekent dit dat de keuze voor spuittechniek steeds vaker bepalend is voor welke middelen nog verantwoord en toegestaan kunnen worden ingezet.

Een driftreductie van 75% kan al relatief makkelijk worden behaald met het verlagen van de spuitboom tot 30 centimeter boven het gewas, mits in combinatie met een dopafstand van maximaal 33 centimeter. Het behalen van hogere driftreductieklassen wordt wat complexer, zoals Delphy aangaf: “Techniek is een combinatie geworden van spuitboom, doppen, hoeken, luchtondersteuningen, etc., in plaats van alleen een dopje vervangen.

In het geval van middelen met een hogere verplichte DRT, zal de teler moeten uitwijken naar andere technieken om deze te behalen. Er is een kans dat meer middelen een hogere DRT-eis krijgen, of dat een hogere klasse (bv. 90%) de standaard voor alle middelen wordt. Daarom gaf Delphy ook de boodschap mee “Als je gaat investeren, denk dan na over welke keuzes je gaat maken. Het reduceren wordt steeds belangrijker”.

Na de informatieve ronde bij Delphy konden de aanwezigen verschillende technieken met luchtondersteuning bekijken. De Bruijn presenteerde de Hardi Twinforce en Abemec was aanwezig met de Bargam spuitmachine. Beide technieken lieten zien hoe moderne spuittechniek kan bijdragen aan een hoge driftreductie en betere plaatsing van middelen op het gewas.

Foto: Luchtondersteuning op de Hardy Twinforce

Daarnaast vertelde Abemec over het gebruik van drones en taakkaarten om vooraf beter te bepalen waar een bespuiting nodig is. Daarmee verschuift de aandacht van standaard volvelds spuiten naar gerichter middelengebruik. Dat bespaart middelen en vermindert de druk op natuur en milieu. Zoals Abemec treffend samenvatte: “Overal waar je niet spuit, heb je ook geen drift“.

Bloemstroken voor natuurlijke plaagbestrijding
CLM Onderzoek en Advies was aanwezig om te vertellen over het inzaaien van bloemstroken, ter bevordering van nuttige insecten. Bloemstroken trekken natuurlijke vijanden aan en versterken daarmee de natuurlijke bestrijding van verschillende luizensoorten.
Het inzaaien van bloemstroken kan op diverse plekken in de boomteelt. Bijvoorbeeld tussen de paden maar ook in hoeken en aan de randen van het perceel. 

Foto: Demonstratie van bloemstroken door CLM Onderzoek en Advies
 

Eén van de aanwezigen benadrukte dat de bloemstroken steeds meer voorkomen: “Eerst was alles zwart, maar nu zie je steeds meer bloemen. Wel is het belangrijk om altijd een goed bloemenmengsel te kiezen, zodat je de goede insecten aantrekt.” CLM bevestigt dat. Een geschikt mengsel heeft bijvoorbeeld soorten die afwisselend bloeien, zodat insecten door het hele jaar heen huisvesting en nectar kunnen vinden. Voor meer informatie, zie het factsheet Bloemstroken voor natuurlijke plaagbestrijding.

Andere technieken
Op de dag waren ook andere technieken aanwezig die bijdragen aan een betere teelt.
Zo demonstreerde Basrijs een meststrooitechniek met GPS. Vanuit het display in de cabine kan de strooicomputer worden aangezet. De strooicomputer geeft de meststoffen gericht af, afhankelijk van de behoefte van het gewas op bepaalde plekken in het veld.
Delcroix liet ook hun meststoffenstrooier zien, die wordt aangestuurd door een taakkaart. Ook met deze techniek kan gerichter mest worden afgegeven.

Foto: Aanwezigen bekijken een demonstratie van
de Basrijs kunstmeststrooier, die met GPS
gericht meststoffen kan verspreiden